De schuld van de babyboomers?

Marc De Vos vindt het oneerlijk en onverstandig dat wie voor 1970 geboren is, meer van de sociale zekerheid zal terugkrijgen dan wat hij erin heeft geïnvesteerd, terwijl het voor diegenen die na 1970 zijn geboren, minder zal zijn (DS 3 januari).

Hij legt daarbij eenzijdig de schuld bij de babyboomers, die het momenteel voor het zeggen hebben. Ze hebben immers gemiddeld minder kinderen dan de vorige generatie en genereren onvoldoende economische groei om de sociale zekerheid betaalbaar te houden: een te kleine massa zal een te grote massa moeten onderhouden, waardoor het systeem van de sociale zekerheid dreigt te imploderen.

De problematiek van de vergrijzing is bekend, net als de analyse dat het de schuld is van de babyboomers en de gesuggereerde oplossingen. Om tot een oplossing te komen, zullen de babyboomers meer solidariteit aan de dag moeten leggen en zullen ze langer moeten werken dan hun voorgangers.

Wat voorbij is, is voorbij, maar de generatie die de babyboomers heeft voortgebracht, draagt minstens evenveel schuld aan de dreigende onbetaalbaarheid van de vergrijzing, terwijl zij niet alleen een economische glorieperiode (‘the golden sixties’) hebben meegemaakt, maar minstens evenzeer de voordelen van de sociale zekerheid hebben mogen ervaren. Doordat ze beduidend langer is gaan leven, is het vooral deze generatie die maximaal profijt heeft gehaald (en nu nog haalt) uit de sociale zekerheid. Bovendien werden in die periode zeker géén hamsterpotjes of zilverfondsen aangelegd.

Daarentegen zijn het ook vooral de (latere) babyboomers die in het verleden overal uit de boot zijn gevallen. Net op het moment dat zij met hun beide voeten in het echte leven stapten, sloeg de economische crisis genadeloos toe. De rijen aan het stempellokaal waren niet van de minste. Ook toen werden geen spaarpotjes aangelegd.

Dit is zeker geen excuus om op korte termijn te verzaken aan enkele noodzakelijk maatregelen. Maar we moeten ons wel afvragen of deze maatregelen voldoende zullen zijn voor de wat langere termijn. In tegenstelling met wat klassieke economisten lijken te denken, kan de economie niet blijven groeien en zal die groei ooit eens een verzadigingspunt moeten bereiken. De nieuwere generaties kunnen ook niet steeds meer kinderen baren dan de generaties daarvoor.

De analyse van Marc De Vos gaat ook voorbij aan de zwakheden die eigen zijn aan een repartitiestelsel, dat doet denken aan een piramidespel. Vroeg of laat móét zo’n systeem imploderen. Een sociale zekerheid zoals die nu is opgebouwd, kan niet blijven werken. Op de wat langere termijn is een repartitiestelsel gedoemd om te mislukken.

Mijn ergernis is alvast dat de vorige generaties, noch de huidige generatie werk heeft gemaakt van de overgang van een stelsel dat gebaseerd is op de solidariteit tussen de generaties naar een stelsel dat gebaseerd is op solidariteit binnen eenzelfde generatie.

Terwijl het huidige repartitiestelsel wordt afgebouwd, moet er worden gewerkt aan een stelsel waarin de jongeren van vandaag bijdragen tot een fonds waarvan zij kunnen genieten op hun oude dag. Net zoals het huidige repartitiestelsel door de overheid wordt beheerd, kan zo’n nieuw solidair kapitalisatiestelsel door de overheid worden beheerd. En dat laatste is iets helemaal anders dan de huidige particuliere kapitalisatiestelsels die in handen zijn van het particuliere initiatief en waarin van solidariteit helemaal geen sprake meer is.

Nico Callens

Deze tekst verscheen op de opiniepagina’s van De Standaard van 05/01/2011.
Deel dit op:
Dit bericht is geplaatst in Economie & arbeid, Samenleving. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.