Uw job op de schop ?

De Standaard titelde op 9 februari 2014:

“Computer bedreigt helft van de jobs in België:

Alleen topjobs en rotklussen zijn straks nog veilig”

en publiceerde ook nog volgende cartoon van Lectrr:

Cartoon kracht van verandering

In haar poging zich van andere (kwaliteits)kranten te onderscheiden en om te vermijden dat berichtgeving uit andere bronnen zonder meerwaarde wordt gedupliceerd, geeft de redactie van de krant De Standaard acht van haar redacteuren gedurende de eerste helft van 2015 de tijd, de ruimte en het budget “om dieper te graven”. “Hun opdracht is  om inzicht en achtergrondverhalen te schrijven. Ze zullen publiceren in krant en weekblad, in blogs of als vervolgverhalen op de site”. Daartoe heeft de krant haar redactie uitgebreid want de krant wil dit aanbieden “bovenop wat we al deden”.

Een gedurfd initiatief dat de lezers van De Standaard lectuur zal verschaffen die ze elders niet voorgeschoteld krijgt. En met haar eerste reportage binnen dat kader is het al goed raak want de krant schetst een verontrustend beeld over de toekomstige tewerkstelling in ons land, en elders. Zij baseert zich daarvoor op een door de krant besteld onderzoek van ING België waarbij voor het eerst op een onderbouwde manier 420 beroepen onder de loupe genomen en daarbij heeft bekeken hoe groot het risico is dat betreffende jobs binnen de 20 jaar  zullen (kunnen) worden uitgevoerd door een computer of robot. Ruim een jaar eerder verscheen in “The Economist” een gelijkaardig onderzoek waarbij Verenigde Staten 720 jobs van naderbij werden bekeken. Daarbij werden deze beroepen beoordeeld op hun creativiteitsgehalte, op de noodzaak aan sociale intelligentie en op het routinematig karakter.

Daar was de conclusie (“de provocerende voorspelling”) dat liefst 47% van alle komende Amerikaanse jobs de komende twintig jaar een hoog risico loopt om geautomatiseerd te worden. Het onderzoek van ING-België leert dat in ons land binnen nu en twintig jaar zelfs 49% van de jobs overbodig dreigt te worden. Meer zelfs: “35% van onze jobs loopt zelfs een groot risico (meer dan 70%) om te verdwijnen”, schrijft de krant.

 “Het profiel van de Belgische risicojob is laag- of gemiddeld geschoold met veel routinetaken. Ze zullen straks vooral vervangen worden door hooggeschoolde hightechjobs” aldus nog steeds deze krant.

Niet iedereen is er echter van overtuigd dat het zo’n vaart zal lopen. Ook wijzen sommigen er op dat er niet alleen banen zullen wegvallen, maar dat de technologie nieuwe banen (voor hoogopgeleiden) zal bijcreëren. Ook dient te worden aangestipt dat een en ander een risicoberekening is, maar geen vaststaand feit zijn. Anderen dan weer menen dat de gevolgen van de robotisering niet mogen worden onderschat.

Hoe dan ook: al levert het onderwerp voer voor controverse en zijn zelfs sommige procentjes mogelijks wat aan te hoog ingeschat, men kan niet blind zijn voor de gevolgen van deze nieuwe technologische revolutie. Een en ander is trouwens niet nieuw, alleen dreigt alles nu plots heel snel te gaan en zullen we heel hard ons best moeten doen om deze onoverkomelijke evolutie het hoofd te bieden.

Ik vraag me hierbij af of er reeds studies bestaan die de relatie tussen automatisering en digitalisering en tewerkstelling gedurende de laatste 20 à 30 jaar hebben onderzocht ? Wellicht bestaan ze, deze studies, en het zou me plezieren mocht ik in de onmiddellijke toekomst enkele daarvan op de kop kunnen tikken.

Maar wat op dat vlak voorbij is, is heel zeker niet min, zeker wanneer ik daarvoor als referentie een sector neem die ik vrij goed ken en reeds lang van nabij volg: de grafische sector: zeg maar de kranten- en drukkerijwereld en in het bijzonder wat zoal aan het eigenlijke drukken voorafgaat, de zogenaamde “vormvoorbereiding” of met een meer hedendaagse term: de “pre-press”. Op de schoolbanken leerde ik nog met de hand letters zetten: loden letters moesten een na een uit een letterbak worden gehaald en op een rijtje in een een zethaak worden geplaatst. Maar evenzeer werden we ingewijd in de geheimen van het fotografisch zetten, waar toen de meest vreemde en komische machines aan te pas kwamen.

Dit maar om te stellen dat toen ik aan het eind van de zeventiger jaren school liep, de grafische wereld op een keerpunt stond tussen traditie en vernieuwing. Het was ook de tijd waar de klassieke hoogdruk (waarbij afdrukken werden gemaakt van ingeïnkte loden letters) stilaan de baan moest ruimen voor de kwalitatief veel hoogwaardiger en soepeler offsetdruk. De twee (r)evoluties die toen in de grafische wereld gaande waren (de evolutie van loden zetsel naar fotografisch zetsel, en daarna naar digitaal zetwerk en de evolutie van hoogdruk naar offsetdruk) liepen hand in hand en stonden mekaar zelfs niet in de weg: loden zetsel werd “gefotografeerd” om te kunnen worden verwerkt in offsetplaten terwijl evenzeer van fotografisch zetwerk hoogdrukclichés werden gemaakt (voor de kenners: de zogenaamde “Nyloprint”).

De bediening van de zetmachines die toen nog volop in onder meer de krantenwereld werden gebruikt, de Monotype en de Linotype, vergde heel wat scholing en vakbekwaamheid. Journalisten/redacteurs schreven toen nog hun teksten met de hand of typten ze met een typemachine waarna deze kopij door de letterzetters diende te worden overgetypt om te kunnen worden omgezet naar drukwerk. Daarnaast waren er ook nog heel wat omslachtige manipulaties nodig om de omslag te kunnen maken van een vlak loden zetsel naar grote gebogen clichés die op een rotatiepers konden worden bevestigd. Dat waren nog eens tijden…

Omsteeks dezelfde tijd (1983) verscheen er bij de voormalige uitgeverij EPO een boekje van ene Frank Janssens over de “Automatisering in de pers” (ISBN 90-6445-942-8). Een jaar eerder studeerde die man als arbeidssocioloog af aan de Leuvense universiteit en leverde daarbij het eindwerk af met de titel “Technologie en arbeidsverhoudingen. Een arbeidssociologische analyse van de automatiseringsgolf in de dagbladindustrie”. Zijn boek “Automatisering in de pers” was daarvan een herwerkte versie.

Op de achterflap van dit boek staat ook nog de volgende interessante toelichting:

“De pers wordt vaak beschouwd als een piloot-sector in de derde industriële revolutie. De automatisering leidde echter niet alleen tot de (klassieke) afbouw van de werkgelegenheid, verdringing van oeroude beroepen en routinisering van arbeidstaken, maar ook tot een grondige omwenteling van de arbeidsverhoudingen.

Precies daarom is de dagbladsector het terrein bij uitstek voor de studie van de wederzijdse beïnvloeding van technologie en arbeidsverhoudingen. Op grond van een verslag over de automatiseringsgolf en de talrijke conflicten die er mee gepaard gaan in binnen- en buitenland, komt de auteur tot de conclusie dat technologische ontwikkeling geen neutraal proces is. Automatisering is vaak een poging tot eenzijdige machtsuitoefening, een strategisch instrument om greep te krijgen op het productieproces en de arbeidsverhoudingen”.

Mij zou het alvast verbazen mocht het in de onmiddellijke toekomst er anders aan toe te zullen gaan. Dienaangaande is het voorwoord van dit boek, door Prof. Dr. J. Bubdervoet, minstens even interessant: “Evenals in de omringende industrielanden wordt ook in Vlaanderen door de overheid een industrieel beleid gevoerd dat aanstuurt op versnelde technologische ontwikkeling. Anders dan in de omringende landen evenwel, brengt in Vlaanderen de overheid nagenoeg geen daadwerkelijke belangstelling op voor de menselijke en sociale aspecten van het ingrijpende belangstelling op voor de menselijke en sociale aspecten van het ingrijpende veranderingsproces dat wordt aangekondigd”.

Wijze woorden uit 1983 maar de vraag is of het ons nu anders zal vergaan. Mogelijks beseffen ze het zelf nog maar half maar de uitdagingen waar we nu voor staan, zijn enorm. Niet alleen heeft men in het recente en minder recente verleden verzuimd om een stevig spaarpotje aan te leggen om de kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen, waardoor we als ouderen veel langer zullen moeten werken dan onze voorgangers, ook blijkt dat het langer aan de slag blijven van de ouderen niet de voorgehouden verhoogde tewerkstelling voor jongeren teweeg te hebben gebracht. Geen kat die zoiets geloofde maar ondertussen blijkt de realiteit deze valse beloftes te hebben ingehaald. Ondertussen worden deze jonge werklozen geculpabiliseerd en wordt hun wachtuitkering tot een minimum beperkt. En alsof dat dit nog niet genoeg is wil de N-VA nog diepgaander het mes in die uitkeringen zetten.

De uitspraak van Zuhal Demir (N-VA) in De Tijd van 04/02/2015, dat wanneer werklozen betalingsproblemen ervaren, harder hun best zullen doen om werk te vinden (zie in deze blog ook: “Werkloosheid: eigen schuld, dikke bult ?“) klinkt in deze context toch bijzonder wrang en meedogenloos.

Zelfs al zouden de voorspellingen van o.m. ING-België grof overschat blijken, dan nog zal de invloed van de aan te komen versnelde automatisering en robotisering zich laten voelen op de werkloosheid. Waar men het nu al moeilijk heeft om jongeren en ouderen tegelijk aan het werk te houden, veeleer geldt hier de wet van de communicerende vaten, zal het met het jaar moeilijker worden om mensen aan boord van de arbeidsboot te houden. Met de aansluitende vraag: “Wat dan ?”.

Wil men de consumptie, en bijgevolg de verkoop, op peil houden, dan zal het nodig blijven om de mensen aan inkomen te helpen, ook voor zij die niet meer actief meedraaien in het arbeidsproces en die bijgevolg niet meer bijdragen tot ’s lands economie, of toch niet tot de aanbodzijde daarvan. Momenteel klinkt het nog als vloeken in de kerk, maar een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, met daarboven een kleine surplus voor zij die nog het geluk hebben om mee te draaien in het arbeidsproces, lijkt onafwendbaar.

Belasting op arbeid zal kordaat moeten worden afgeschaft en vervangen door een belasting op productie. Werkgevers zouden het natuurlijk liever anders zien en de baten van de verdere automatisering liever in eigen zakken zien verdwijnen, maar lang lijkt dit niet houdbaar.

Een en ander is trouwens gemakkelijker gezegd dan gedaan want iedereen zal naar iedereen blijven kijken (de Europese landen naar mekaar en ook Amerika naar Europa en omgekeerd) en afwachten tot het echt niet meer anders kan.

Tenzij men streeft naar een sociaal kerkhof, lijkt niet zo direct een alternatief voor handen. Vraag is dan ook of het dat is of N-VA en consoorten eigenlijk wel willen ? Wil dit bij de Bart De Wevers van deze tijd niet doordringen, dan wachten er ons op sociaal vlak nog turbulente tijden.

Nico Callens

Voor wie hierover meer wil lezen:

Deel dit op:
Dit bericht is geplaatst in Economie & arbeid, Samenleving, Technologie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.