Hoe overleven trein, tram en bus het coronavirus?

PERSBERICHT TREINTRAMBUS 28/04/2020

(c) https://www.shutterstock.com/

Het einde van de lockdown komt stilaan in zicht. Eén ding is alvast duidelijk: vanaf 4 mei moeten alle reizigers zodra ze aan de halte of in het station zijn een mondmasker dragen. De concrete uitwerking van die maatregel en de toekomst van ons openbaar vervoer zal echter nog flink wat creativiteit en denkwerk vergen. Wie mag nog op trein, tram en bus en wie krijgt voorrang als het te druk wordt?.

Openbaar vervoer is per definitie collectief vervoer en doorgaans geldt de regel: hoe meer reizigers er meerijden hoe efficiënter. Voor de coronacrisis lukte het in de spits niet om alle reizigers in de spits een zitplaats te geven, laat staan 1,5 m afstand van elkaar te doen bewaren. Als we meer afstand willen, zullen we anders en minder moeten gaan reizen. Allemaal de auto nemen, zoals de overheid vrijdag suggereerde en eigenlijk al een decennium in Vlaanderen impliciet wordt aangemoedigd, zal ons echter niet vooruit helpen. Als iedereen dat doet, zitten we immers binnen de kortste keren terug in lockdown, maar dan in onze stalen cocon op de weg in plaats van thuis. De stilstand zal even erg zijn, met dat verschil dat ook wie voor essentiële verplaatsingen onderweg is, zich zal vastrijden. Nog meer is nefast voor onze gezondheid en welvaart.

We waarderen dan ook de inspanningen die De Lijn, NMBS en MIVB de jongste weken geleverd hebben om de mobiliteit van heel wat werknemers te verzekeren. Is het u trouwens ook opgevallen dat de mensen die de jongste weken als helden worden vereerd, net die groepen zijn die geen dure gesubsidieerde salariswagen hebben? Plots bleek ook het openbaar vervoer een essentiële dienstverlening. Dat hadden ze bij De Lijn ook al een decennium niet meer gehoord. Hopelijk zijn onze politici dat ook niet vergeten als de vervoersbedrijven extra steun vragen om de weggevallen inkomsten te compenseren.

Drieledige oplossing

De oplossing zal drieledig moeten zijn: meer fietsen en wandelen voor kortere trajecten, meer telewerken en ons openbaar vervoer anders organiseren. Het eerste spreekt voor zich en talrijke Europese steden, waaronder ook Brussel, bewijzen dat je op korte termijn met een beperkt budget meer ruimte kan geven aan voetgangers en fietsers. Zeker om de druk op stadsbussen en -trams te verlichten, kan de fiets een belangrijke troef zijn. Ook na de coronacrisis kunnen we dat eigenlijk beter blijven doen.

De voorbije anderhalve maand kan wellicht beschouwd worden als het grootste telewerkexperiment uit de geschiedenis. Perfect is het zeker niet maar ongetwijfeld hebben heel wat werknemers en bedrijven ervaren dat het wel werkt en dat het echt niet nodig is om allemaal vijf dagen per week naar kantoor te gaan. Het milieu en onze levenskwaliteit kunnen er maar beter van worden. Zijn dure wegenprojecten zoals Oosterweel of de werken aan de Brusselse ring wel zo onmisbaar zijn als tot dusver beweerd werd?

Het openbaar vervoer zal het vertrouwen van de reizigers moeten terugwinnen met een vlekkeloze hygiëne en voldoende ruimte. Als iedereen op 4 mei verplicht wordt op trein, tram en bus een masker te dragen, moet de overheid er ook voor zorgen dat de burgers die zo snel mogelijk krijgen. Zoveel mogelijk reizigers in één rijtuig of bus stoppen kan niet meer. Weg dus met te smalle 2+3-bankjes in de treinen of meer dan 100 op elkaar gepakte scholieren in één gelede bus. Tegen het moment waarop alle scholen en universiteiten weer volledig opengaan, moeten we hier een oplossing voor zoeken: begin- en einduren spreiden, extra capaciteit, veilige fietsroutes, inschakelen van de touringcarsector… Ook een optimale doorstroming voor tram en bus, zodat met hetzelfde wagenpark meer ritten kunnen worden gereden en er minder reizigers in één bus of tram moeten, verdient prioriteit.

Ten slotte moet een belangrijk sociaal vraagstuk worden opgelost. Iedereen zal het erover eens zijn dat trein, tram en bus nu in de eerste plaats bedoeld zijn voor essentiële verplaatsingen naar school of werk maar wat als we met de auto binnenkort weerde weg op mogen voor een uitstapje, bezoek? Geldt die vrijheid dan alleen voor wie een auto en rijbewijs heeft of krijgen ook mensen die daarvoor op het openbaar vervoer aangewezen zijn die bewegingsvrijheid? Wij durven alvast pleiten voor het laatste. We moeten het veilig houden maar sociaal isolement eist ook een hoge tol.

Stefan Stynen, voorzitter

Deel dit op:
Dit bericht is geplaatst in Samenleving. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.