Laat mij toe om het na mijn vorige blogtekst nog eens over artificiële intelligentie te hebben. In die vorige blogtekst “De wondere wereld van artificiële intelligentie…” drukte ik reeds mijn verwondering uit over dit gereedschap. Deze eerdere tekst dateert van 28 maart 2025 en dat is alweer een flinke tijd geleden. Zowel AI als mijn AI-gebruik zijn in die tijd behoorlijk geëvolueerd.
Ik hoef er geen geheim van te maken: ik maak voor mijn journalistieke teksten ruim gebruik van AI. Bij één tekst heb ik ooit eens een check gedaan waaruit bleek dat ongeveer 80% van de formuleringen door AI was gegenereerd, ofwel met Microsoft Copilot, ofwel met Google Gemini, of met beide chatbots samen. Maar dat betekent niet dat na een simpele vraag een hele tekst uit de computer rolt. Daar is een heel creatief proces mee gemoeid waarbij ik de coach en regisseur blijf en AI de uitvoerder is.
Ik wil iedereen dan ook uitdagen om met hetzelfde onderwerp aan de slag te gaan. Met één eenvoudige vraag aan AI komt men er niet. Er is een uitgebreid proces nodig.
Een tekst start bij mij doorgaans op een van de volgende manieren:
- Ofwel doe ik wat opzoekwerk of brainstorm ik, zomaar uit het vuistje of naar aanleiding van iets dat ik heb gelezen, doch zonder dat dit specifiek gericht is op het schrijven van een stukje. Maar uit een aspect van de inhoud van die chat groeit dan een concreet idee voor een eigen tekst. Dit wordt dan uitgediept om tot een inhoudelijk stevig dossier te komen.
- Het kan ook dat ik een concreet onderwerp heb waarover ik wil schrijven en daarvoor met behulp van AI een dossier samenstel.
Tijdens het samenstellen van een dossier stel ik me vrij kritisch op. Ik vraag om verduidelijking bij stellingen die ik niet of maar half begrijp. Ik confronteer AI met onvolkomenheden of fouten waarna het zichzelf gaat bijsturen of verduidelijken… De inhoud van bepaalde stellingen wordt uitgediept. En dat kunnen behoorlijk lange conversaties worden.
Pas wanneer ik het gevoel heb dat een onderwerp voldoende uitgediept is, ga ik over tot een volgende fase. Daarbij leg ik de verwachtingen voor mijn tekst uit. Soms heb ik zelf al een titel en/of goede inleiding waarna dan alinea per alinea de tekst verder wordt uitgediept. Ik bepaal, al dan niet op voorstel van AI, waarover het in die volgende alinea’s moet gaan, waarna AI een ontwerpversie maakt. Deze kunnen dan nog verschillende keren worden geamendeerd, herschreven of bijgestuurd. Pas dan gaan we over tot de volgende alinea(‘s) om uiteindelijk tot een afgewerkte ontwerptekst te komen die dan eventueel nog verder wordt bijgestuurd.
Ook laat ik AI een factcheck uitvoeren op de inhoud en laat ik de tekst evalueren door het andere AI-platform (bv. een tekst die ik met Copilot heb uitgewerkt, laat ik nazien door Gemini, of omgekeerd). AI is dan zowel een klankbord als een sparringpartner.
Ik kreeg van Copilot eens twee versies over hetzelfde onderwerp afgeleverd. Zelfde inhoud, maar andere woorden en zinnen en andere accenten en/of toon. Toen vroeg ik Gemini welke van beide teksten hij zou kiezen. Daarbij komt ook steeds een verduidelijking waarom een bepaalde keuze wordt gemaakt. Met dat andere platform wordt dan eventueel nog verder aan de tekst gesleuteld.
Soms gebeurt het dat ik na een intense brainstorm door de bomen het bos niet meer zie. Dan stel ik dat we ondertussen voldoende gegevens hebben verzameld en vraag ik direct om met de inhoud van de brainstorm een volledige tekst te brouwen. Zelf deel ik dan wel de invalshoeken mee. Een of meer basisstellingen waaraan de volledige tekst moet worden opgehangen. Op die manier is bv. mijn tekst “Twintig jaar liberalisering van het internationale reizigersverkeer per spoor leverde geen sterker Europees netwerk op” ontstaan waarbij ik duidelijk de krachtlijnen meegaf: men is bij de liberalisering overgestapt van een samenwerkingsmodel naar een concurrentiemodel en zoveel jaren na die liberalisering beginnen (bij hogesnelheidstreinen) de voormalige monopolisten de druk van de concurrentie te voelen, waarbij er spanningen ontstaan tussen de infrastructuurbeheerder, die al eens aanleunt bij de historische exploitant, en de nieuwkomers die een net willen betreden.
Dit waren de uitgangspunten die dan, al dan niet na enkele stevige bijsturingen, een tekst opleveren waar je 100 % achter staat. Soms kan je alinea’s laten herformuleren of handmatig nog zinnen aanpassen. Bij langere teksten is het ook nodig om ze te laten nazien op coherentie en eventuele overlappingen en ook deze zaken bij te sturen.
Tot dusver mijn manier van werken. Maar wat ik vandaag heb geleerd is dat er verschillende versies van Microsoft Copilot bestaan die elk sterk zijn in ‘hun’ ding maar die onderling niet met elkaar communiceren. Wat in de ene versie is verteld, komt niet tot bij de andere versie.
Zo heeft Word zijn eigen Copilot en dat is diegene die ik vaak gebruik bij het maken van teksten. Deze Copilot-versie concentreert zich dan ook volledig op het Word-venster dat openstaat. Zo ook hebben Excel en PowerPoint hun eigen Copilot. Alle drie hebben ze gemeen dat je met omschrijvingen je wensen kan kenbaar maken waarna die wensen in het bewuste format worden omgezet tot een (eind)resultaat.
Wanneer je bv. een uitgebreide Excel-tabel hebt kan je AI vragen om deze te ontleden of al dan niet met voorwaardelijke opmaak om bepaalde selecties uit te voeren. Duid bv. in rood aan, of in rode achtergrond, alle waarden die x % afwijken van een bepaalde norm. Van een bepaalde tabel kan je ook een afgeleide tabel laten maken, zoals bv. een draaitabel. Excel voert dan die woordelijke input uit.
Ook met PowerPoint lukt iets dergelijks wonderwel. Ooit liet ik de Copilot van PowerPoint een presentatie maken van de inhoud van een mail, die daar eigenlijk niet voor bedoeld was maar die wel flink wat body had. Het duurde enige tijd maar de Copilot gaf hier een mooi opgemaakt presentatieklaar product af.
Evenzo bij het maken van een PowerPoint voor een nog te houden lezing, niet iets wat ik frequent doe. Het begint met het bepalen van het lay-outconcept, waarbij men kan kiezen uit een ruim aantal templates waarin ik mijn gading niet vond. Daarbij gaf ik op wat ik verlangde van kleurtoon en deelde ik meteen de titel en het onderwerp van de PowerPoint mee. Meteen kwam er een mooi uitgewerkte titeldia. Voor de tweede titel verlangde ik een kort woordje over mezelf en gaf ik een aantal concrete onderwerpen mee die meteen werden vertaald in inhoud.
En daarna werd aan de hand van beschrijvingen dia na dia de inhoud verder uitgewerkt om uiteindelijk tot een presentatie met 25 dia’s te komen. Maar ook hier geldt voortdurend bijsturen en niet klakkeloos aanvaarden wat door AI wordt uitgewerkt.
Maar ook zowel de browser Edge als de Microsoft-cloud OneDrive hebben hun eigen Copilot met elk hun bijzonderheden. De Copilot van Edge leest bv. enkel het actieve browservenster. In de Copilot-versies kan men ook afbeeldingen, Word- en/of pdf-documenten opladen om te verwerken of te evalueren, maar hier zit men beperkt in het op te laden volume.
Hier biedt de Copilot-versie van je OneDrive-cloud de oplossing: die kan zonder problemen de bestanden lezen die in je cloud staan opgeslagen. Die moet je dan wel in je browserscherm openen.

De tabel maakt duidelijk dat Copilot geen éénvormige assistent is die overal over dezelfde informatie beschikt. Elke versie vertrekt vanuit haar eigen context: het geopende browservenster, de bestanden in OneDrive, het actieve Word-document, de spreadsheet in Excel of de presentatie in PowerPoint.
Met één enkele druk-op-de-knop levert AI geen goed resultaat af. AI is bovenal een hulpmiddel binnen een creatief en kritisch proces.